Deel 1: Een stukje folklore
Deel 2: De opstart van een nieuwe club
Deel 3: In eo tempore
Video: diefstal Manneke Pis
Het zou getuigen van weinig ontzag voor onze roemruchte voorgangers, moesten we niet eerst een deel wijden aan hoe het allemaal begon…
Wat nu Erasmushogeschool Brussel noemt, heeft zijn wortels in een lange traditie van hogere technische opleidingen in de hoofdstad.
In een ondertussen lang vervlogen verleden was deze hogeschool gekend als de IHRB, afkorting voor Industriële Hogeschool van het Rijk – Brabant.
Deze IHRB had haar hoofdzetel in de Lambert Crickxstraat in Anderlecht en betrok er de oude gebouwen van de firma Wildcat Jeans. Hier waren de kandidaturen gehuisvest, alsook de licenties mechanica, bouwkunde en electriciteit, plus de afdeling systeemanalyse, toen nog een tweejarige opleiding.
De licenties kernelektronica, kernscheikunde en elektronica hadden hun leerstoel in een gebouw aan de Koningsstraat 150 te Brussel, vlak naast het monument van de onbekende soldaat.
Gaan we echter nog ietsje verder terug in de tijd, dan stoten we ontegensprekelijk op de bakermat van het studentikoze leven aan de hogeschool Brussel. We hebben het dan over het HRITO, het Hoger Rijksinstituut voor Technisch Onderwijs. Dit was gevestigd in de Chomé Wijnsstraat te Anderlecht, en de ingenieurs namen er de derde verdieping voor hun rekening. Een gedeelte van de licenties hadden toen al hun vaste stek in de Koningsstraat. Toentertijd kende de hogeschool 2 studentenclubs, nl. Atomos in de Koningsstraat en Ad Fundum in de Chomé Wijnsstraat.
Ondergetekende is trouwens nog gedoopt bij Ad Fundum in het laatste jaar van haar bestaan, op de binnenplaats van de “gloednieuwe” (sic) gebouwen aan de Lambert Crickxstraat. Beide studentenclubs organiseerden hun activiteiten tezamen, en algauw bleek dat dit de latere vorming van een eenheidsclub in de hand zou werken.
Over Atomos kan ik jullie weinig vertellen, het gros van hun leden zat in de Koningsstraat, en daar kwam je als eerstejaars nooit.
In het voorlaatste jaar van het bestaan van Ad Fundum kwamen enkele illustere lieden (1) op het idee om een stunt te organiseren voor de praesesverkiezingen. Waarom niet Brussels bekendste ketje (en dan dachten ze niet aan Toots Thielemans) voor een tijdje een onderdak geven binnen de schoot van het HRITO? Snode plannen werden gesmeed aan de toog van het studentencafé Albert I (bij Jeanneke) en - na zich met enkele pinten de nodige moed ingedronken te hebben – vertrok een duister gezelschap richting Manneken Pis.
Om mogelijke omstaanders en een eventueel langskomende politiepatrouille te verschalken werd er in de omgeving van de Stoofstraat op verschillende plaatsen een weinig kabaal gemaakt, terwijl één man met de nodige omzichtigheid over het hekwerk kroop en het kleine Manneke letterlijk van zijn voetstuk rukte.
Wie deze roemruchte ancien was weten slechts enkelen, schrijver incluis, maar feit is dat deze heroïsche daad nadien door velen geclaimd is, waaronder zelfs een enkeling die op het moment van de feiten thuis in bed lag. Diezelfde nacht nog werd het originele Brusselse Ketje toevertrouwd aan de goede zorgen van ons Jeanneken, en op foto (2) zie je het echte Manneken Pis met zijn alter ego “het Peterken” op de keldertrap van den Albert I.
De volgende ochtend werd het Manneken onder grote belangstelling van de pers (3) en enkele geamuseerde docenten (4) op het dak van de inkomhall van het Chomé Wijns gezet, een tuinslang werd aangekoppeld, en het Manneken deed waar hij op de hoek van de Stoofstraat al zovele jaren beroemd (5) om was. Alleen deed ie het nu voor een bende uitgelaten studenten…



Niet lang nadien kwam de immer sympathieke politie (6) van Anderlecht ter plaatse in het gezelschap van de brandweer (7), en werd het Manneken terug toevertrouwd (8) aan de goede zorgen van de stad Brussel.





Een illustere onbekende maakte hiervan indertijd beelden op 8mm formaat, deze beelden zijn ondertussen digitaal bewerkt en het filmpje vind je hier.
Deze studentengrap kreeg echter een staartje, want de snodaards werden op hun beurt uitgenodigd… op het politiekantoor.
Al bij al kwamen ze er met een lichte en veeleer symbolische straf vanaf: een studentenkostuum (11) diende te worden geschonken aan Brussels oudste inwoner. Dit vereiste uiteraard de nodige voorbereiding en zou dan ook pas het daarop volgende academiejaar plaatsvinden.
Het ganse opzet van deze roof was zoals reeds vermeld bedoeld als stunt voor de praesesverkiezingen. Het was echter iemand die niets met het hele opzet te maken had die uiteindelijk het felbegeerde praeseslint om de schouders mocht leggen, namelijk de Wigge (12). Hij was tevens de laatste praeses van Ad Fundum. Het jaar nadien werd hij opgevolgd door Bruno Reymen, één van de échte “rovers”.
Op zaterdag 31 maart 1979 had ik dan ook de eer om met een afvaardiging van Ad Fundum deel te nemen aan deze ceremonie. In een open vrachtwagen (13), voorzien van tap en muzikanten, reden we richting Stoofstraat waar de Vrienden van Manneken Pis (14) ons al ongeduldig opwachtten. Daar werd het nieuwe kostuumpje (15) van het Manneken onthuld (16): de typische labojas met het lintje van Ad Fundum.




Er volgde de obligate receptie en dito toespraak (17) op het Brusselse stadhuis (18), een oorkonde (19) werd ondertekend en aldus werd Ad Fundum (20) deelgenoot van een lange lijst van schenkers van een kostuumpje aan Manneken Pis. In de buurt van de Stoofstraat herinnert een muurschildering (21) aan deze heuglijke dag.





Dit is wat men noemt, eindigen in schoonheid (22)… Het volgende jaar immers werd beslist om een nieuwe “eenheidsclub” op te richten die voortaan de studenten van beide afdelingen zou groeperen.
Ondertussen was de richting Technisch Ingenieur opgewaardeerd naar de graad van Industrieel Ingenieur, en werd de herinnering aan vroegere tijden gekoesterd in de naam van deze nieuwe club ... "Technica" was geboren.